Onderwerp dislectie.

Annyk Haveman

 MINDER WAARD OF “ANDERS EVEN”…..

 WOORDBLIND 

OF 

BEELDDENKER

Ik heb last van dyslectie.  Het is belangrijk dat je dat van mij weet.  Want deze interactieve website bevat ook mijn blog. Via mijn blog kun je mij vragen stellen of meer te weten komen over wat Uit Eigen Beweging je te bieden heeft. Als ik antwoord geef,  zul je wel eens schrijf- of taalfouten tegenkomen; ik wil namelijk niet afhankelijk zijn van mensen die mijn schrijfsels corrigeren.

Hoe dat zit, kun je hieronder lezen.

WIE IS DE NORM ???

 

Dissectie, ook wel genoemd woordblindheid, is een handicap waar veel vooroordelen over bestaan. Dat weet ik zo goed, omdat ik veel last van die vooroordelen  heb gehad en nog heb. Je valt buiten de norm en onwetendheid maakt dat te snel geoordeeld wordt.

Daarom wil ik uitleggen wat diselctie is, zodat niemand verrast hoeft te zijn door de manier waarop ik schrijf. Eerst vertel ik iets over woordblindheid. Vervolgens ga ik in op de gevolgen die het voor mij heeft. Overigens: ik heb hulp gehad bij het correct schrijven van deze tekst.

Woordblindheid

Woordblindheid of dislectie is een onzichtbare handicap. De correcte schrijfwijze is trouwens dyslexie.

De manier waarop dislectie tot uiting komt is bij ieder kind verschillend; de symptomen hebben een grote verscheidenheid. Toen ik nog op de lagere school zat, werd mijn probleem met lezen en taal niet herkend als dyslexie; ik moest dan ook veel creativiteit gebruiken om de lessen te kunnen volgen en te overleven: je moet veel compenseren. Leerkrachten begrepen het niet of wisten niet van het bestaan van woordblindheid en lieten mij dobberen. Ze zeiden tegen mijn moeder: ‘Je hebt knappe leerlingen en domme. Zij is dom; speciaal onderwijs zal haar niet helpen’. Zo liep ik een enorme achter­stand op en werd onherstelbare schade bij me aangericht nog buiten de dislectie om.

 EEN ANDER HELPEN IS GOED,

HAAR HELPEN ZICHZELF TE HELPEN IS BETER

Kinderen van tegenwoordig hebben de mazzel dat er méér over woordblindheid bekend is en dat goede schoolbegeleiding de gevolgen beperkt. Dat neemt niet weg dat ze in meer of mindere mate altijd last blijven houden van hun handicap want verhelpen kan niet.

Ik noem een paar problemen die woordblindheid met zich meebrengt:

-Niet goed kunnen lezen en schrijven;

-Niet goed beknopt en overzichtelijk kunnen formuleren (verward raken in volgorde van letters en woorden)      

-Niet gelijk het juiste woord kunnen vinden: woord­vindings-probleem.

-Niet altijd op de goede manier zelfstandige naamwoorden kunnen verbuigen en werkwoorden vervoegen (grammatica)

Omdat wij dislectici behoorlijk slim zijn, kunnen we het woord dat we bedoelen vaak omzeilen; we gebrui­ken dan andere woorden ‘uit de buurt’. Zo kun je interessante ver­sprekingen horen als “dat ligt er huizen dik bovenop” of “zonne­vloed” in plaats van zondvloed.

Woordblinde mensen zijn niet blind en ook niet een beetje blind. En niet dom. Het probleem zit niet zozeer in het spreken van taal, niet in het praten,  maar in het omzetten van gesproken taal in gedrukte letters. Foutloos spellen is een hele uitdaging. Ook omgekeerd is het omzetten van woorden op schrift in het uitspreken van zinnen een probleem voor woordblinde mensen.

Er is trouwens ook iets positiefs te zeggen over woordblindheid. Wij stellen ons dingen vaak visueel voor en hebben een goed visu­eel  geheugen.

 ARM  IS NIET DE MENS WIER  DROMEN  NIET IN VERVULLING GAAN,

MAAR DEGEEN DIE NIMMER HEEFT GEDROOMD.

De gevolgen van dislexie:

De problemen van mensen met dislectie kunnen zich op alle levensterreinen voordoen. School,  werk,  deelname aan de maat­schappij,  sociale omgang en zelfs omgang met intimi. Overal kom je praktische en emotionele obstakels tegen. Nergens ontkom je immers aan confrontaties met geschreven taal.  Hoe verschillend het bij iedereen ook uitpakt, gemeenschappelijk is het gevoel dat het bij ons opwekt, namelijk  schaamte.

Schaamte over onze vaak onbegrepen en soms zelfs ontkende onmacht om op de geijkte manieren in de geijkte tijd in geijkte mate taal te beheersen. Schaamte over de verkeerde indruk die je maakt.

Dyslectici voelen zich dan ook vaak onderschat of ongekend.

Volgens onderzoek is ongeveer 10% van de bevolking min of meer woordblind.

Dyslectici zijn normaal begaafd,  bovengemiddeld vaak zelfs hoogbegaafd; behalve op het gebied van taal. We hebben vaak uitstekende ideeën, maar kunnen die moeilijk naar buiten brengen en worden dan voor dom of lui of soms zelfs voor achterlijk versleten.  Niet goed kunnen lezen of schrijven maakt je tot een buitengeslotene van deze maatschappij. Ondertitels hebben geen nut, invulformulieren lijken wel in het russisch gesteld, om nog maar te zwij­gen van zelf rapporten schrijven of de omgang met sociale media.

Woordblind zijn betekent dat je talenten onevenwichtig verdeeld zijn.

Veel woordblinde mensen hebben een bijzondere aanleg voor exacte vakken of hebben een goed ruimtelijk inzicht. Weer anderen zijn zeer creatief. Onderzoek wijst uit dat een student met dislectie ongeveer drie keer zo veel tijd – en vooral energie! – moet besteden aan haar studie, als niet-dislectische studenten.

Leraren maar ook werkgevers wijzen vaak uitsluitend op de beperkingen van woordblinde mensen en zijn blind voor hun talenten.

Schrijffouten vallen vaak meer op dan denkfouten. Dat maakt dat woordblinde mensen veel te vaak in laag betaalde banen terecht komen waar hun talenten niet aan bod komen. Het tragische is dat ze ook in die situatie moeilijkheden blijven ondervinden van hun woordblindheid.

Dislectie komt voor bij slimme mensen en bij matig begaaf­de leerlingen. Bij doorzetters en opgevers. Bij bestormers en afwachters. Bij strebers en bescheiden types. Maar de vooroordelen blijven bestaan. Neem nou de succesverhalen over Einstein, Churchill, deze inge­nieur of die directeur. Altijd aangevoerd ten bewijze dat er echt heel intelligente dislectische mensen bestaan. Kennelijk wordt er dus toch getwijfeld of dislectie niet te overwinnen valt. Impliciet sugge­reren de succesverhalen dat het heus wel lukt als je maar wilt en hard werkt. Jouw falen is misschien toch aan je zelf te wijten. Wij dislectici­ hebben deze mening vaak geïnternaliseerd. We gaan twijfelen aan ons verstand, want al die moeite die we deden heeft niet tot resultaat geleid.

 JEZELF ZIJN EN BLIJVEN IN EEN WERELD,

DIE ZICH  DAG  EN  NACHT INSPANT OM EEN ANDER MENS VAN JE TE MAKEN,

IS HET ZWAARSTE GEVECHT DAT EEN MENS KAN LEVEREN.

GEEF HET NOOIT OP EN BLIJF JEZELF.

Waar  ik zelf moeite mee heb.

Mijn schrijfwerk is veelal fonetisch. Sommige woorden schrijf ik toevallig goed; dus niet omdat ik ook werkelijk weet hoe het moet. Een andere keer kan ik hetzelfde woord fout schrijven. Waar ik speciaal moeite mee heb zijn woorden buiten een context zoals namen, straatnamen en telefoonnummers   Die kan ik dus ook verkeerd lezen.  Met het alfabet heb ik een ander probleem: ik weet de volgorde niet. Lastig als je iets in een woordenboek moet opzoeken of bijvoorbeeld dossiers alfabetisch moet opbergen. Of een straat moet zoeken in het register van een plattegrond. Of iemand in een telefoonboek moet vinden.

Verder schrijf en lees ik geen leestekens; ik weet dan ook niet altijd waar de punten en komma’s moeten staan. Waardoor ik mij niet altijd goed uitdruk op papier. Soms doe ik het toevallig goed. Afkortingen zijn ook moeilijk. Omdat ik de volgorde van de letters in het woord niet weet, kan ik zelf de ontbrekende letters niet invullen. Een onduidelijk handschrift is voor mij al gauw onleesbaar. Als ik iets overschrijf en ik wil zeker weten dat er geen fouten in zitten doe ik over twee woordjes drie keer zo lang als iemand anders. Zelf dan glippen er nog wel eens fouten in om dat ik een letter niet goed gezien heb. Bijvoorbeeld het woord terapeut: ik weet dat er een h in moet maar waar? Je hoort hem niet.

De spellingscontrole haalt veel fouten uit mijn schrijven maar lost lang niet alles op. Als hij geen alternatieven geeft weet ik het ook niet. Soms geeft hij wel alternatieven maar dan weet ik niet wat hij bedoelt en kies ik voor negeren. Ik wil nog één hobbel noemen; misschien ben ik er nog een paar vergeten. Als ik moet luisteren en tegelijk schrijven – bijvoorbeeld bij notuleren – kan ik bijna niet meer teruglezen wat ik geschreven heb. Dus luisteren en schrijven tegelijk gaat bijna niet. Dan kan je pas echt goed zien hoe veel taalfouten ik maak.

Mensen reageren wel eens met ‘O, het valt wel mee hoor, ik kan het goed lezen en heb het wel eens erger gezien’. Ik ervaar dat soms als niet erkend worden. Een reactie als ‘Wat naar en vervelend’ is wel terecht, maar dislexie heeft me ook wat opgeleverd. Het positieve van het hele verhaal is dat ik compensatie heb opgebouwd. Ik zie en hoor soms andere verbanden dan anderen. Soms schuilt er veel humor in de beelden die ik voor me zie wanneer iemand iets vertelt en daar kan ik dan samen met die ander om lachen. Soms kan ik hartelijk mee lachen als anderen mij wijzen op een komische taalfout die ik geproduceerd heb. Bijvoorbeeld: ‘ik wil een bedje slapen’ in plaats van ‘een beetje’. Bijzonder vind ik het wanneer iemand mij wijst op een fout die ik  blijkbaar maak omdat ik daar iets mee probeer uit te drukken. Zo schrijf ik lievde met een v om dat ik dat minder hard (hart)vind en beter bij de gevoelswaarde van het woord vind passen. Soms kan ik daar mee spelen.

Ik zou het  fijn vinden als er gewoon op mij gereageerd wordt. Met schrijffouten en al. Het gebeurt vaak dat mensen mijn fouten verbeteren omdat ze me iets willen leren. Ik vind dat lief maar (te) goed bedoeld. Ik heb zelf veel pogingen gedaan om mijn probleem te verhelpen, omdat ik in wezen een onafhankelijke vrouw wil zijn. Dat vind en vond ik nog het allermoeilijkste van mijn handicap. Ik heb van alles geprobeerd. Duidelijk is geworden dat ik op schrijfgebied niets meer echt kan leren. Ik moet er dus “gewoon” mee leren leven. Dit is voor mij een boeiend en soms ook best zwaar proces geweest waarin ik mij ben gaan richten op wat ik met het gegeven kan en wat ik ervan kan leren. Voor mij staat het voor hoe ik kan leren van mijn zwakte een kracht te maken. Dit proces gaat met vallen en opstaan.

Leergierig ben ik absoluut alleen een beetje “anders.”

Groetjes Annyk